Drie mogelijke leveranciers voor elektrische bussen in Antwerpen, Gent en Leuven

Bussen snelladen aan eindhalte

Vrijdag 29 september 2017 — Met de selectie van drie mogelijke leveranciers komt de ingebruikname van elektrische bussen in Antwerpen, Gent en Leuven een stapje dichterbij. Linkker OY (Finland), VDL Bus (België) en Volvo Bus Corporation (Zweden) mogen een offerte indienen voor de bouw van zes bussen en de bijhorende laadinfrastructuur. Eind 2019 wil De Lijn in elke stad twee elektrische bussen laten rijden. 

 

Snelladen aan eindhalte

De elektrische bussen zullen uitsluitend rijden in een stedelijke omgeving. Ze moeten ongeveer 50 minuten kunnen rijden, goed voor 25 kilometer. De Lijn wil dat de bussen een vergelijkbaar aantal reizigersplaatsen hebben als een dieselbus (65 plaatsen, waarvan 25 zitplaatsen). Hierdoor zullen ze een kleinere batterij met voldoende autonomie hebben, die tijdens de dienst heel snel kan worden bijgeladen. Deze batterij is compacter en weegt minder, waardoor meer reizigersplaatsen beschikbaar zijn.

Voor de drie steden gaat het om telkens twee elektrische bussen met een snellaadstation aan de begin- of eindhalte en per bus een nachtlader voor in de stelplaats. Mogelijk kunnen de elektrische bussen in Antwerpen en Gent via snellaadinfrastructuur gekoppeld worden aan het voedingsnet van de trams. De bussen zullen niet kunnen bijladen via de bovenleiding van de tram.

In Antwerpen zullen de bussen rijden op een stukje van lijn 12 (Astridplein – Sportpaleis). De Arteveldestad krijgt elektrische bussen op The Loop. Voor Leuven wordt momenteel bekeken welke lijn het best geschikt is voor de inzet van elektrische bussen.

 

‘Vanaf 2025 alleen nog elektrisch of hybride’

Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts:

‘Het investeringsbudget van De Lijn stijgt en dat komt ook de vergroening ten goede. We halen de oudste en meest vervuilende bussen uit circulatie en ruilen ze voor veel groenere alternatieven. Het voertuigenpark van De Lijn is nu al voor 12 procent elektrisch of hybride. Ter vergelijking: de Nederlandse evenknie haalt maar 2 procent. Vanaf 2019 kopen we alleen nog maar bussen met een alternatieve aandrijving. Vanaf 2025 rijden we in stedelijke omgevingen alleen nog elektrisch of hybride. Proefprojecten zoals in Antwerpen, Gent en Leuven bereiden de groene golf voor.’

 

‘Ervaring opdoen met nieuwe technologie zonder uitstoot’

Directeur-generaal Roger Kesteloot:

‘Als vervoerbedrijf zijn we erg geïnteresseerd in deze nieuwe technologie die geen schadelijke uitstoot produceert. Met de proeven in Antwerpen, Gent en Leuven willen we de haalbaarheid ervan testen, net als de inpassing in het openbaar domein en de prestaties qua energievoorziening. Bovendien kunnen ook onze technici en operationele mensen er ervaring mee opdoen. Eenmaal de technologie nog beter op punt staat en verder in prijs daalt, willen we meer elektrische bussen in gebruik nemen.’

Laden met kabel of stroomafnemer

De Lijn kiest voor elektrische bussen die conductief laden, dat wil zeggen met een kabel of stroomafnemer (vergelijkbaar met een tram). Uit het Europese ZeEUS eBus-project (Zero Emission Urban bus Systems) blijkt dat 95 procent van de elektrische bussen in Europa op deze manier geladen worden. De Lijn volgt die evolutie.

Bij conductief laden is er de keuze tussen ’s nachts laden en bijladen aan bijvoorbeeld een eindhalte. ’s Nachts laden maakt gebruik van een druppellader of traaglaadsysteem. In dit geval is de actieradius beperkt tot de afstand die de bus met één lading kan afleggen. Deze bussen hebben grotere en zwaardere batterijen, wat leidt tot 30 plaatsen minder. Ze kunnen – afhankelijk van de verkeersdrukte en weersomstandigheden – maximaal 200 kilometer per dag afleggen, en moeten ’s nachts tot 12 uur aan de kabel hangen om op te laden.

De andere laadmethode is het laden aan de eindhalte (‘opportunity charging’). Hiervoor worden snellaadpunten voorzien die de batterijen kunnen opladen in 7 à 8 minuten. De bus heeft dan voldoende stroom voor zijn volgende rit.