Minister Lydia Peeters en De Lijn geven stand van zaken leerlingenvervoer

Minister Lydia Peeters en De Lijn geven stand van zaken leerlingenvervoer

 

Ook voor het schooljaar 2022-2023 voorziet Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters extra bussen, minibusjes en taxi’s voor het leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs. De ambitie is immers om ook dit schooljaar ervoor te zorgen dat geen enkele leerling langer dan 90 minuten per rit op de bus zit. In mei van dit jaar zijn alle betrokken partijen gestart met de voorbereidingen van het leerlingenvervoer van het nieuwe schooljaar. De Lijn heeft intussen al voor 32.952 leerlingen de ritduur onder de 90 minuten gebracht (ca. 96% van alle leerlingen die nu beroep wensen te doen op leerlingenvervoer). “Ik ben tevreden dat we, dankzij de extra middelen die ik in mei vrijmaakte, dit jaar vroeger zijn kunnen starten aan het uittekenen van het leerlingenvervoer”, aldus Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters. “Het wordt een grote uitdaging om ervoor te zorgen dat de leerlingen die zich pas in september inschrijven ook snel een gepaste rit aangeboden krijgen. De Lijn is hiervoor volop in overleg met de scholen om zo snel als mogelijk te schakelen.”

Het leerlingenvervoer in Vlaanderen heeft het voorbije jaar een heuse metamorfose ondergaan. Door het vrijmaken van extra budget (eind december 2021) worden nu 2064 ritten georganiseerd met bussen, minibusjes en taxi’s. Met andere woorden: schoolvervoer op maat voor de leerlingen die langer dan 90 minuten enkele rit op de bus zaten.

Al in mei van dit jaar maakte minister Peeters bekend dat ze ook voor het schooljaar 2022-2023 extra budget vrijmaakt voor extra ritten binnen het leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs. Door het vrijmaken van de extra middelen in mei kon De Lijn tijdig de bestekken in de markt plaatsen voor extra ritten en vervolgens ook gaan samenzitten met de scholen om afspraken te maken voor het volgende schooljaar.

Stand van zaken

Tijdens een persmoment in het hoofdkantoor van De Lijn in Mechelen vandaag werd de stand van zaken bij de start van het nieuwe schooljaar toegelicht. Dat het geen eenvoudige taak is wegens de specificiteit en de bijzondere noden van deze kwetsbare groep kinderen, getuigden ook vertegenwoordigers uit het onderwijsveld en de exploitantensector. Het uittekenen van het leerlingenvervoer is een complexe puzzel. Kinderen die pas laat ingeschreven worden, kinderen die tijdens het schooljaar verhuizen,… dat alles leidt tot ritplannen die opnieuw uitgetekend moeten worden. Neem daarbij de krapte op de arbeidsmarkt wat chauffeurs en busbegeleiders betreft en het is een dagdagelijks zoeken naar oplossingen.

Schooljaar 2022-2023

Intussen hebben ca. 96% van de leerlingen (32.952 op 34.379 leerlingen die beroep wensen te doen op het leerlingenvervoer) een ritduur onder de 90 minuten. “De Lijn krijgt op dit moment heel veel nieuwe aanvragen binnen”, duidt minister Peeters. “Wanneer de scholen de informatie doorgeven, gaat De Lijn daarmee onmiddellijk aan de slag. De planning wordt verfijnd, rekening houdend met deze nieuwe leerlingen en hun woon-schoolverplaatsing. De Lijn legt deze herwerkte planning voor aan de scholen voor akkoord. Na akkoord van de scholen start De Lijn de aanbestedingsprocedure om uitvoerders te vinden voor de ritten. De toestroom van bijkomende leerlingen is groot de laatste dagen maar ook de komende weken worden er volop inspanningen geleverd. Je kan niet zomaar een copy paste doen van vorig schooljaar naar dit schooljaar. Nieuwe kinderen, nieuwe vestigingen, nieuwe adressen, … elke rit vraagt maatwerk.”

Ann Schoubs, directeur-generaal De Lijn: “Het nieuwe schooljaar staat voor de deur maar dagdagelijks komen er nog steeds vele aanvragen binnen voor leerlingenvervoer voor bijkomende leerlingen. Dat maakt het reeds ingewikkelde geheel er uiteraard nog complexer op, maar wij gaan met elke nieuwe aanvraag meteen aan de slag om voor iedereen een passende oplossing te vinden. Voor sommigen zal die er nog niet zijn op 1 september, maar er wordt hard aan gewerkt om dat de komende weken te realiseren”.

Historiek

De lange duurtijd van de ritten in het leerlingenvervoer is een oud zeer. In september 2021 voorzag minister Lydia Peeters 1,8 miljoen euro voor de meest precaire situaties. In december 2021 volgde een financiële injectie van 11 miljoen euro. Zo konden extra bussen, minibusjes en taxi’s ingezet worden en verbeterde de situatie voor bijna 4.000 leerlingen. In mei van dit jaar maakte minister Peeters bekend dat ze voor het schooljaar 2022-2023 een extra budget van 26,6 miljoen euro voorziet voor extra ritten.

 

Over De Lijn

Over De Lijn

De Lijn is het Vlaamse overheidsbedrijf dat zorgt voor openbaar vervoer met bus en tram in Vlaanderen. Ongeveer 3,5 miljoen mensen maken jaarlijks een of meerdere keren gebruik van de diensten van De Lijn.

Voor haar werking krijgt de vervoermaatschappij een dotatie van het Vlaams Gewest, de belangrijkste aandeelhouder. De verkoop van vervoerbewijzen is de tweede inkomstenbron.

Het net van De Lijn telt ongeveer 1 000 lijnen en 36 000 haltes. Alles samen rijden de bussen en trams per jaar circa 11 miljoen ritten. De eigen vloot telt 2 250 bussen en 400 trams. De privéfirma's die rijden in opdracht van De Lijn hebben zelf ook bussen. Zij nemen de helft van de buskilometers voor hun rekening.

Met bijna 8 000 werknemers is De Lijn een van de grootste werkgevers van het land. Bij de privé-exploitanten werken nog eens meer dan 2 000 mensen.

Als hoofdaandeelhouder van deelfietsen Blue-bike promoot en ondersteunt De Lijn combimobiliteit. Hierbij kunnen reizigers voor het laatste stuk van hun verplaatsing een bus- of tramrit combineren met een deelfiets.