Tarieven De Lijn op 1 april beperkt aangepast aan gestegen levensduurte

Tarieven De Lijn op 1 april beperkt aangepast aan gestegen levensduurte

De Lijn past vanaf 1 april 2022 nieuwe tarieven toe voor sommige vervoerbewijzen.

Net zoals in andere sectoren volgen de vervoerbewijzen de stijging van de levensduurte. De Omnipas (abonnement 25-64 jaar), de m-card10/Lijnkaart en het groepsticket krijgen een indexaanpassing. Gemiddeld stijgen de tarieven met een indexaanpassing van 1,9 procent.

Om gezinnen en sociale groepen te ondersteunen blijven de sociale abonnementen (VG- en VT-abonnement), het jongerenabonnement (Buzzy Pazz), het seniorenabonnement (Omnipas 65+), de elektronische biljetten (uitgezonderd m-ticket) en vervoerbewijzen voor contactloos betalen (cEMV) aan dezelfde prijs.

De tickets (elektronisch ticket, SMS-ticket en cEMV-ticket) blijven beschikbaar voor 2,5 euro. De prijs van het m-ticket wordt hieraan aangepast en kost ook 2,5 euro.

De Lijn gaat in 2022 voor meer eenvoud door de bestaande tickets naar een zelfde tarief te brengen: 2,5 euro. Het m-ticket kost dan evenveel als een elektronisch ticket, een SMS-ticket en een cEMV-ticket.

Indexaanpassing abonnementen

De netabonnementen van De Lijn blijven de goedkoopste van België en omgeving. De tarieven voor een Omnipas voor een jaar en 3 maand worden geïndexeerd en kosten vanaf 1 april 2022 respectievelijk 351 euro en 135 euro. De prijs voor 1 maand Omnipas blijft gelijk.

Het tarief van de abonnementen voor de 6- tot 24-jarigen (Buzzy Pazz) blijft hetzelfde in 2022. De Lijn houdt deze tarieven bewust laag om kinderen en jongeren zo van jongs af aan op een laagdrempelige wijze kennis te laten maken met het openbaar vervoer. Ook de abonnementsprijs voor senioren (Omnipas 65+) en sociale doelgroepen (VG- en VT-abonnementen) verandert niet.

Startdatum nieuwe tarieven

De nieuwe tarieven zullen ingaan op 1 april 2022.

Over De Lijn

Over De Lijn

De Lijn is het Vlaamse overheidsbedrijf dat zorgt voor openbaar vervoer met bus en tram in Vlaanderen. Ongeveer 3,5 miljoen mensen maken jaarlijks één of meerdere keren gebruik van de diensten van De Lijn.

Voor haar werking krijgt de vervoermaatschappij een dotatie van het Vlaams Gewest, de belangrijkste aandeelhouder. De verkoop van vervoerbewijzen is de tweede inkomstenbron.

Het net van De Lijn telt ongeveer 1 000 lijnen en 16 000 haltes. Alles samen rijden de bussen en trams per jaar meer dan 200 miljoen kilometer. De eigen vloot telt 2 250 bussen en 400 trams. De privéfirma's die rijden in opdracht van De Lijn hebben zelf ook bussen. Zij nemen ongeveer de helft van de buskilometers voor hun rekening.

Met bijna 8 000 werknemers is De Lijn een van de grote werkgevers van het land. Bij de privé-exploitanten werken nog eens meer dan 2 000 mensen.

Als hoofdaandeelhouder van deelfietsen Blue-bike promoot en ondersteunt De Lijn combimobiliteit. Hierbij kunnen reizigers voor het laatste stuk van hun verplaatsing een bus- of tramrit combineren met een deelfiets.