Vanaf 6 januari 2024 reis je vlotter en efficiënter met De Lijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Vanaf 6 januari 2024 reis je vlotter en efficiënter met De Lijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Reizigers kennen hun route van A naar B vanbinnen en vanbuiten. Misschien wandelen of fietsen ze wel naar een station, waar ze de trein nemen. Of ze nemen de auto tot aan een park-and-ride en springen daar op de bus richting het stadscentrum. Vanaf 6 januari 2024 kan dat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nóg vlotter.

Samen met de gemeenten in de Vlaamse Rand gaat De Lijn in verschillende fases voor Hoppin, de nieuwe mobiliteitsvisie van de Vlaamse overheid. Eentje die vervoermiddelen combineren makkelijker maakt en echt inspeelt op de noden van de reizigers. Zo reizen zij dus nog vlotter naar hun werk, school, ziekenhuis, favoriete winkel en sport- of cultuurcentrum.

Op Vlaams grondgebied wijzigen een aantal reiswegen en/of het aanbod. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijven de reiswegen onveranderd, en wijzigt alleen het aanbod. Het nieuwe net wordt er eenvoudiger, leesbaarder en betrouwbaarder. Daarvoor zorgen onder meer de fusie van enkele lijnen op één reisweg, een heldere nummering en een vaste, betrouwbaardere frequentie.

Wat verandert er concreet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?

Aangepaste buslijnen en nieuwe lijnnummers

De Lijn verzorgt met een zestigtal buslijnen het lokale openbaar vervoer tussen de Vlaamse Rand en Brussel. Daarvan vervellen 28 oude lijnen in januari tot 19 nieuwe. Een greep uit de meest opvallende veranderingen:

  • In het oosten van de stad: de lijnen van en naar de Druivenstreek worden gestroomlijnd en krijgen allemaal nieuwe nummers: R75, R76, X77 en R78. Op weekdagen kun je voortaan overdag en in de spits rekenen op vier klokvaste bussen per uur tussen Overijse, Jezus-Eik en Brussel, twee tussen Hoeilaart en Brussel en één snelbus tussen Brussel en Overijse. Ook kun je ’s avonds op weekdagen en zaterdag tot net na middernacht naar Overijse. Naar Zaventem en Leuven reis je voortaan met lijn R90 in plaats van 358 of 351.
  • In het noorden: de lijnen van en naar Grimbergen worden herschikt en vereenvoudigd. De oude lijn 230 wordt nu de R30 tussen Brussel en Humbeek, de lijnen 231 en 232 fusioneren tot lijn R31 tussen Brussel en de Verbrande Brug. Zo kun je tot ’s avonds laat rekenen op een vaste, aantrekkelijke frequentie doorheen Brussel, Laken, Strombeek-Bever en Grimbergen. Ook tussen Brussel en Wolvertem stijgt de frequentie naar vier bussen per uur op lijn R50, de hele dag lang. Wel wordt deze lijn ingekort tot Londerzeel en rijdt ze niet meer door naar Puurs. Dat laatste geldt ook voor lijn R60, die voortaan in het weekend om het uur rijdt in plaats van om de 2 uur. Tot slot rijdt snelbus X60 (de oude lijnen 460 en 461) vaker, én nu ook op zondag.
  • In het westen: hier wijzigt enkel lijn R15, de oude lijn 355. Deze lijn wordt iets langer, en legt zo voor het eerst een regelmatige busverbinding tussen Brussel en Denderleeuw via Liedekerke. Wel gaat lijn R15 tussen Ternat en Denderleeuw minder vaak rijden, en rijdt lijn R15 niet meer op zondag, waar dat nu nog om de 2 uur was.
  • In het zuiden: op de Bergensesteenweg kun je rekenen op extra spitsaanbod op lijn R70, de vroegere lijn 170. Lijnen 153, 154 en 155 aan Het Rad en COOVI vervellen tot R53, R54 en R55. Lijn R53 krijgt wat extra aanbod, onder meer in de schoolspits en in het Pajottenland. Lijn R54 krijgt in Lot een andere reisweg voor meer betrouwbaarheid, de oude bediening wordt deels overgenomen door lijn 52. En lijn R55 zal minder vaak gaan rijden tussen Anderlecht en Sint-Genesius-Rode. Wel kun je daar nog steeds rekenen op de frequente en nu niet-hervormde lijn 136 die de Waterloosesteenweg volgt. Vanuit Brussel naar Lennik of het kasteel van Gaasbeek gaat het met lijn R42, die één gecombineerde reisweg van lijnen 141 en 142 volgt. Op weekdagen en op zaterdag rijdt deze bus veel vaker, met name om het kwartier (en in de spits nog meer) op weekdagen en elk halfuur zaterdag overdag.


​Gemakkelijke overstapmogelijkheden

Het nieuwe netwerk maakt het nog eenvoudiger om over te stappen op de lijnen van De Lijn, maar ook op de metro, trams en bussen van de MIVB, of de treinen van de NMBS. Reizigers kunnen naadloos overstappen aan verschillende haltes waaronder COOVI, Madou, De Wand of de grote stations Brussel-Noord en Brussel-Zuid.


​Heldere nummering

Het nieuwe netwerk introduceert een gestructureerd lijnnummeringssysteem dat reizigers helpt de juiste lijnen te herkennen. Daarom krijgen bussen met dezelfde bestemming en reisweg zoveel mogelijk eenzelfde nummer. In Brussel herken je de nieuwe lijnen naar Vlaanderen voortaan door de letter R voor het cijfer, in Vlaanderen herken je zo eenvoudig de bus naar Brussel. De R voorkomt ook verwarring met de bus- en tramlijnen van de MIVB. En een X duidt op een lijn die minstens een gedeelte van haar traject aflegt als snelbus zonder tussenhaltes.


​Communicatie voor reizigers

Het nieuwe mobiliteitsnetwerk van De Lijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest belooft een geoptimaliseerde reiservaring voor alle inwoners en bezoekers, met verbeterde verbindingen naar belangrijke bestemmingen in de stad. De Lijn nodigt iedereen uit om vanaf 6 januari 2024 de voordelen van dit nieuwe netwerk persoonlijk te ervaren. Voor gedetailleerde informatie over het nieuwe net in Brussel kunnen reizigers terecht op www.delijn.be/brussel. ​

De reisweg uitstippelen doen reizigers makkelijk met de website of app van De Lijn. Op tal van manieren worden ze daar op weg geholpen: met de halte- en lijnpagina’s, de features ‘Voertuig op kaart’ en ‘Volg je rit’, en niet te vergeten ook de ​ routeplanner. Die laatste begeleidt reizigers bij geplande omleidingen. ​

 

 

 

Over De Lijn

Over De Lijn

De Lijn is het Vlaamse overheidsbedrijf dat zorgt voor openbaar vervoer met bus en tram in Vlaanderen. Ongeveer 3,5 miljoen mensen maken jaarlijks één of meerdere keren gebruik van de diensten van De Lijn.

Voor haar werking krijgt de vervoermaatschappij een dotatie van het Vlaams Gewest, de belangrijkste aandeelhouder. De verkoop van vervoerbewijzen is de tweede inkomstenbron.

Het net van De Lijn telt ongeveer 1 000 lijnen en 16 000 haltes. Alles samen rijden de bussen en trams per jaar meer dan 200 miljoen kilometer. De eigen vloot telt 2 250 bussen en 400 trams. De privéfirma's die rijden in opdracht van De Lijn hebben zelf ook bussen. Zij nemen ongeveer de helft van de buskilometers voor hun rekening.

Met bijna 8 000 werknemers is De Lijn een van de grote werkgevers van het land. Bij de privé-exploitanten werken nog eens meer dan 2 000 mensen.

Als hoofdaandeelhouder van deelfietsen Blue-bike promoot en ondersteunt De Lijn combimobiliteit. Hierbij kunnen reizigers voor het laatste stuk van hun verplaatsing een bus- of tramrit combineren met een deelfiets.