Vernieuwd openbaar vervoer voor de Kempen vanaf 6 januari

Vernieuwd openbaar vervoer voor de Kempen vanaf 6 januari

Op 6 januari 2024 verandert er heel wat aan het openbaar vervoer in het zuiden van de Kempen. Er wordt een belangrijke stap gezet in de realisatie van Hoppin, de nieuwe mobiliteitsvisie van de Vlaamse overheid. De rest van de regio komt een jaar later, in januari 2025 aan de beurt.

Met Hoppin zet de Vlaamse overheid in op een modal shift via efficiënter, duurzamer en flexibeler openbaar vervoer. Met betere en nieuwe verbindingen zorgen we voor een netwerk dat reizigers vlotter op hun bestemming brengt. In deze fase start bovendien het flexvervoer (de opvolger van de belbus), vraagafhankelijk vervoer dat je reserveert via de Hoppincentrale (app, website en telefooncentrale).

In de afgelopen maanden werden aanpassingen besproken en afgestemd met alle lokale besturen en binnen de vervoerregioraad. De Lijn zal samen met de vervoerregioraad de verandering monitoren, evalueren en eventueel bijsturen waar nodig.

Wat is Hoppin?

Hoppin is de ambitieuze mobiliteitsvisie van Vlaanderen die gericht is op het creëren van een vraaggericht, efficiënt en duurzaam openbaar-vervoerssysteem. De basis hiervoor is het decreet Basisbereikbaarheid, dat op een nieuwe manier kijkt naar het organiseren van het openbaar vervoer in Vlaanderen. Het doel is om het aanbod van openbaar vervoer beter af te stemmen op de behoeften van reizigers en op de werkelijke vervoersstromen. Hierbij ligt de nadruk op het versterken van het openbaar vervoer op drukke routes en het creëren van herkenbare vervoersknooppunten die de overstap tussen verschillende vervoersmiddelen vergemakkelijken. Via Hoppin kunnen reizigers verschillende vormen van mobiliteit combineren om hun volledige reis op een efficiënte manier af te leggen. Bijvoorbeeld, een trein-, tram- of busrit kan worden gecombineerd met een voor- of natraject met (deel)fiets, (deel)auto, flextaxi of flexbus.

Wat is een vervoerregioraad?

Elke vervoerregio heeft een vervoerregioraad die verantwoordelijk is voor het beheer, de sturing en de evaluatie van Hoppin binnen die specifieke regio. De vervoerregioraad fungeert als het centrale orgaan voor mobiliteitsbeleid in de vervoerregio en heeft niet alleen betrekking op het reguliere openbaar vervoer met bussen en trams, maar ook op de voor- en natrajecten die te maken hebben met (deel)fietsen, (deel)auto's en alle andere vervoerswijzen. ​ De vervoerregioraad werkt ook rond mobiliteit in het algemeen in de regio, waaronder ook de toekomstvisie. De financiële middelen, waarmee de vervoerregioraad dit beleid moest vorm geven, komen via een ‘gesloten enveloppe’ van de Vlaamse overheid.

In de vervoerregioraad komen vertegenwoordigers van de belangrijkste belanghebbenden op alle bestuursniveaus bij elkaar. Alle steden en gemeenten in de regio hebben directe vertegenwoordiging, meestal door hun burgemeester of schepen van mobiliteit. Daarnaast zijn ook andere partners zoals het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, De Lijn en het Agentschap Wegen en Verkeer betrokken bij de vervoerregioraad. Binnen de vervoerregioraad werd op basis van de principes van het decreet Basisbereikbaarheid na vele besprekingen een nieuw netwerk naar voren geschoven.

De invoering van Hoppin (fase 2) is een uitvoering van dit nieuwe openbaar-vervoerplan.

Wat is er anders: wat verandert er door Hoppin?

Met Hoppin wordt het netwerk vraagvolgend: het net, waarbij vertrokken werd van een wit blad, wordt sterker op verbindingen waar er grote vraag is aan openbaar vervoer, gebaseerd op een methodiek die het potentieel in de toekomst voorspelt bij het aanbrengen van bepaalde wijzigingen. Hoppin streeft zo naar een efficiënter gebruik van de bestaande middelen door zich te concentreren op de routes waar de vraag het grootst is. Daarnaast vult het nieuwe net gaten in het netwerk, door nieuwe of verbeterde verbindingen te creëren waar momenteel geen of te weinig openbaar vervoer beschikbaar is. Met Hoppin worden belangrijke attractiepolen zoals ziekenhuizen, scholen of stadscentra beter bereikbaar. ​ Hoppin wordt uitgevoerd met het bestaande budget. Dat brengt met zich mee dat er soms keuzes gemaakt moesten worden.

Hoppin is een gelaagd netwerk. De trein, tram en bus blijven vaste waarden en worden nu nog beter op elkaar afgestemd. Dat betekent dat er maximaal wordt ingezet op goede aansluitingen. Er is ook gekeken naar ‘dubbels’: op plaatsen waar de trein zorgt voor een verbinding hoeft niet standaard ook nog eens een bus ​ te rijden. Specifiek voor de Kempen vervallen hierdoor het traject Geel – Mol en het traject Geel – Herentals. Het decreet Basisbereikbaarheid brengt immers een duidelijke hiërarchie aan in de lagen van het openbaar vervoer, waarbij het treinnet de bovenste laag vormt. ​ Tot slot vormen het flexvervoer en de deelsystemen een goede oplossing voor het voor- of natraject van de verplaatsing met het openbaar vervoer.

Op specifieke momenten en locaties, waar het inzetten van een reguliere bus niet efficiënt is, komt flexvervoer vanaf 6 januari 2024. Dit nieuwe aanbod werd uitgetekend, beslist en wordt gefinancierd met het budget voor vervoer op maat, dat elke vervoerregio toegewezen kreeg van de Vlaamse overheid. De huidige belbussen worden vervangen door het nieuwe flexvervoer.

Het flexvervoer, dat in fase 2 start, gaat wat breder. dan louter de zuidelijke Kempen. Naast Balen, Mol, Meerhout, Geel, Laakdal, Herselt, Hulshout, Herenthout, Nijlen en Olen krijgen ook Retie en Dessel een flexbus. De gebieden werden uitgebreid en de tijden waarin je kan rekenen op de flexbussen werden gelijkgesteld voor de hele regio. Vanaf 6 januari kan je van maandag tot vrijdag op een flexbus rekenen van 6 tot 21 uur en op zaterdag, zon- en feestdagen van 8 tot 21 uur.

De reiziger reserveert zijn flexrit (voor een rit vanaf 6 januari) via de Hoppincentrale, ​ via de app, website of telefonisch (www.hoppin.be of 0800 12 2 12). Alle tarieven en vervoerbewijzen van De Lijn zijn ook geldig op de flexbussen.

Tot slot streeft Hoppin naar een overzichtelijker netwerk waarbij de bediening van een specifieke lijn eenvoudig te begrijpen is aan de hand van het lijnnummer. Daarom maakt De Lijn van deze gelegenheid gebruik om nieuwe lijnnummers toe te wijzen. Een stadslijn met een hoge frequentie zal een enkel cijfer als lijnnummer krijgen. Streeklijnen, waarop je de hele dag kunt rekenen, krijgen twee cijfers. Functionele lijnen, zoals schoollijnen of lijnen, die alleen tijdens de spitsuren rijden, krijgen drie cijfers.

Hoe ziet het netwerk in de Kempen er uit vanaf 6 januari 2024?

In het zuiden van de regio verandert er heel wat. De rest van de regio komt in januari 2025 aan de beurt. ​ Het volledige netwerk ziet er als volgt uit:

  • Lijn 19 Diest - Veerle - Geel krijgt een upgrade. Alle ritten rijden vanaf 6 januari via Winkelom, Winkelomheide, Eindhout, Vorst en Veerle. In de spits kunnen reizigers voortaan rekenen op een bus elk half uur, waar dat nu nog om het uur is. De bus zal ook vroeger en later rijden.
  • Lijn 23 Meerhout – Mol: deze lijn kende je vroeger als lijn 20 en rijdt vandaag enkel in de spits. Vanaf januari krijgt de lijn elke dag, op week- en weekenddagen een vaste frequentie om het uur.
  • Lijn 32a Geel - Oevel - Westerlo - Herselt - Aarschot - Leuven: deze lijn vervangt grosso modo de bestaande verbinding (huidige lijn 306), de reisweg tussen Geel en Westerlo gaat voortaan via Geel Industrie, Oevel en Tongerlo. Zo zorgen we ook daar voor betere bereikbaarheid. De lijn zal ook meer, vroeger en later rijden in het weekend. Je zal voortaan een bus om het uur hebben en op zondag rijden we later naar Leuven, wat goed nieuws is voor de kotstudenten.
  • Ook de bestaande lijn 305 Turnhout – Leuven die veel gebruikt wordt door studenten verandert. Er komen vanaf januari twee lijnen voor dit traject: tussen Turnhout en Herentals via Kasterlee rijdt vanaf dan lijn 33. Tussen Herentals en Leuven via Herselt en Aarschot rijdt lijn 32b. Overstappen kan makkelijk aan het station van Herentals waar beide lijnen aansluiten. Deze wijziging staat echter los van Hoppin. De nieuwe lijn 54 Herentals - Westerlo - Tessenderlo neemt deels de reisweg van de bestaande lijnen 15b en 540 tussen Herentals en Westerlo. Deze nieuwe lijn rijdt vanaf januari wel door tot Tessenderlo via Sint-Jozef-Olen en Boekel.
  • Lijn 83 Mol - Balen - Gerheide - Wezel - Lommel vervangt grotendeels de huidige lijn 84, maar wordt ingekort en rijdt niet meer door tot Geel en Hamont, de reisweg verandert bovendien in Balen. Zo zorgt de lijn vanaf januari voor een betere bediening van Wezel, Gerheide en Balen. Wie naar Geel wil, kan de trein nemen in Mol. Wie naar Pelt of Hamont wil, kan overstappen in Lommel.
  • Lijn 84 Lier - Nijlen - Grobbendonk - Vorselaar vervangt de huidige lijn 152: het traject blijft behouden, het lijnnummer wijzigt wel én de bus rijdt voortaan ook op zondag en op alle dagen vroeger en later.
  • Lijn 85 Lier - Nijlen - Herenthout - Herentals vervangt de gekende lijn 150 maar krijgt wel een nieuwe reisweg via Bevel en Herenthout. Zo reis je nu veel vlotter van Herenthout naar Lier.
  • Lijn 511 Mechelen – Heist-op-den-Berg - Herentals krijgt een nieuwe reisweg tussen Heist-op-den-Berg en Herentals via Wiekevorst, Morkhoven en Noorderwijk. De bus rijdt niet meer via Herenthout, daarvoor neem je vanaf januari lijn 849.
  • Lijn 98 Tessenderlo - Vorst - Zittaart - Meerhout - Geel combineert de huidige lijnen 299 en 302, die beide gesplitst worden in Tessenderlo. Tussen Geel en Meerhout rijden de bussen via de Meerhoutsesteenweg, tussen Meerhout en Tessenderlo via Zittaart en Klein Vorst.
  • De huidige lijn 170 Beringen - Mol zal vanaf januari rijden onder het nummer 28. De reisweg verandert niet.
  • Lijn 11 Geel Station - Geel Thomas More is de nieuwe naam voor de bestaande Pendel Thomas More. Alleen de naam en nummer veranderen, de reisweg blijft dezelfde.
  • Op 6 januari start het flexvervoer voor het Zuiden van de Kempen (zie hogerop in de tekst).
  • Aan een aantal lijnen verandert er niets: namelijk de stadslijnen 1 en 2 in Mol en lijn 510 Mechelen – Heist-op-den-Berg – Westerlo – Geel.
  • Tot slot veranderen we heel wat schoollijnen. Het aanbod voor de scholen wordt slim herschikt met nieuwe lijnen, bestaande lijnen krijgen een andere reisweg zodat ze de scholen nog beter bedienen en meer scholen kunnen bedienen. En andere schoollijnen behouden hun vertrouwde traject maar rijden voortaan onder een nieuwe lijnnummer.
Cécile Dusart, vervoerregiomanager De Lijn: “De vervoerregioraad en De Lijn hebben in onderling overleg het meest optimale netwerk uitgewerkt, rekening houdend met de principes van het decreet Basisbereikbaarheid. De grote meerderheid van de inwoners gaat erop vooruit, maar sommigen zullen de aanpassingen als een nadeel ervaren omdat ze hun reisgedrag moeten aanpassen, veranderen is altijd wat wennen. Met dit verbeterde aanbod voorzien we het zuidelijk gedeelte van de Kempen van een robuust, sterk netwerk, klaar voor de toekomst. De invoering in het noorden van de regio Kempen zal gebeuren vanaf 2025.”

 

Jef Vissers, voorzitter van de Vervoerregioraad Kempen en schepen Mobiliteit in Hoogstraten: "De Vervoerregioraad is na vele overlegmomenten met de 28 gemeenten in die Raad tot een vervoerskader gekomen dat op 29 november 2023 is goedgekeurd. De Lijn neemt samen met alle spelers op het vervoerdomein, een bijzondere plaats in. De basisgedachte is om - binnen het financiële kader dat het decreet Basisbereikbaarheid bepaalt - de beste vervoersmiddelen aan te reiken die de reiziger nodig heeft. Deze oefening heeft aangetoond dat binnen het bestaande financiële kader werken een zeer moeilijke opdracht is.  Een goed openbaar vervoer verdient meer middelen en de vervoerregioraad Kempen pleit daar dan ook voor. De Vervoerregioraad zal bovendien in nauwe en systematische opvolging voortdurend blijven zoeken naar de nodige aanpassingen en aanvullingen om deze opdracht juist in te vullen.”

Frank Leys, ambtelijk voorzitter: “Met de wijzigingen in het openbaar vervoer, is het de bedoeling om ook een flinke reizigerswinst te boeken ten opzichte van vroeger. We hadden de opdracht om méér te doen met hetzelfde budget. Meer openbaar vervoer aanbieden waar er veel mensen zich willen verplaatsen was dan ook het uitgangspunt, zonder gaten te creëren.
Behalve aan aanpassingen aan de lijnen, wordt ook hard getimmerd aan een verbetering van de halte-infrastructuur: de eerste hoppinpunten zijn er en de haltes worden aangepakt om comfortabeler te kunnen op- en afstappen.”

 

Communicatie voor de reiziger

Sinds 15 november kunnen reizigers controleren of er wijzigingen zijn in hun reisroute en of ze nieuwe verplaatsingsmogelijkheden krijgen via de routeplanner. Als je je vertrek- en eindbestemming ingeeft met een datum vanaf 6 januari, berekent de routeplanner voor jou de beste reisoptie.

Op de gemeentepagina’s op de website van De Lijn (www.delijn.be/gemeenten) vinden reizigers een overzicht per gemeente van alle wijzigingen vanaf 6 januari 2024.

Bovendien kregen de betrokken gemeenten alle informatie zodat zij op hun beurt hun inwoners kunnen informeren via hun eigen communicatiekanalen, zoals de gemeentelijke website of het gemeentelijk infoblad. Daarnaast worden affiches en nieuwe dienstregelingstabellen nu reeds geplaatst bij de betrokken haltes om de reizigers op de hoogte te brengen van de veranderingen. De Lijn en de gemeenten verdelen ook regiofolders met een overzicht van de wijzigingen per regio.

 

 

Over De Lijn

Over De Lijn

De Lijn is het Vlaamse overheidsbedrijf dat zorgt voor openbaar vervoer met bus en tram in Vlaanderen. Ongeveer 3,5 miljoen mensen maken jaarlijks één of meerdere keren gebruik van de diensten van De Lijn.

Voor haar werking krijgt de vervoermaatschappij een dotatie van het Vlaams Gewest, de belangrijkste aandeelhouder. De verkoop van vervoerbewijzen is de tweede inkomstenbron.

Het net van De Lijn telt ongeveer 1 000 lijnen en 16 000 haltes. Alles samen rijden de bussen en trams per jaar meer dan 200 miljoen kilometer. De eigen vloot telt 2 250 bussen en 400 trams. De privéfirma's die rijden in opdracht van De Lijn hebben zelf ook bussen. Zij nemen ongeveer de helft van de buskilometers voor hun rekening.

Met bijna 8 000 werknemers is De Lijn een van de grote werkgevers van het land. Bij de privé-exploitanten werken nog eens meer dan 2 000 mensen.

Als hoofdaandeelhouder van deelfietsen Blue-bike promoot en ondersteunt De Lijn combimobiliteit. Hierbij kunnen reizigers voor het laatste stuk van hun verplaatsing een bus- of tramrit combineren met een deelfiets.