Vervoerregio Oostende: een aangepast busnetwerk vanaf 6 januari 2024.

Vervoerregio Oostende: een aangepast busnetwerk vanaf 6 januari 2024.

Het streeknet in de regio Oostende wordt na zorgvuldig overleg doeltreffend aangepast.

Op 6 januari 2024 begint een nieuw hoofdstuk voor het openbaar vervoer in vervoerregio Oostende, met de introductie van de tweede fase van Hoppin, de nieuwe mobiliteitsvisie. Hiermee zet de Vlaamse overheid in op een modal shift via efficiënter, duurzamer en flexibeler openbaar vervoer. Het nieuwe net werd in samenspraak met de vervoerregioraad* en de lokale besturen opgemaakt. Hoppin streeft ernaar om via een gelaagd netwerk nieuwe mogelijkheden te creëren voor reizigers.

Een uitstekend voorbeeld van de vernieuwde aanpak van het streeknet is te vinden in de nieuwe lijn 30 Brugge – Jabbeke - Westkerke – Oudenburg – Oostende. Deze lijn zal van maandag tot en met zondag elke dertig minuten in beide richtingen rijden. Op vrijdag- en zaterdagavond rijdt deze lijn tot Oudenburg (60') tot ongeveer 2.30 uur. De nieuwe lijn 50 Oostende – Gistel – Westkerke – Koekelare zorgt samen met lijn 51 Oostende – Gistel – Westkerke – Torhout voor een 30’-frequentie tussen Oostende en Ichtegem (De Engel). Aan de halte Westkerke Marktplein kan overgestapt worden tussen de lijn 30 en de lijnen 50/51.

Voorzitter vervoerregio/burgemeester van Gistel, Gauthier Defreyne

“Met de lancering van het nieuwe busnetwerk zetten we een belangrijke stap richting een duurzamer en efficiënter openbaar vervoer in onze regio. De verbeteringen met frequentere lijnen en het flexvervoer zijn het resultaat van zorgvuldig overleg tussen lokale besturen en De Lijn.

​Onze vervoerregio is niet blind voor de vele vragen van inwoners. We begrijpen als regio dat verandering niet gemakkelijk is en dat reizigers liever vasthouden aan vertrouwde gewoonten. Het is opmerkelijk dat er momenteel veel aandacht wordt besteed aan de veranderingen maar minder aan de voordelen van de vele vernieuwingen. We roepen op om de uitgewerkte plannen een kans te geven. Daarna gaan we evalueren en ook bijsturen waar dit nodig is.”

Andere voorbeelden van de geoptimaliseerde dienstregeling van het streeknet zijn onder meer:

  • Lijn 52 Oostende – Leffinge – Slijpe – Middelkerke zorgt dagelijks om de twee uur voor een vaste verbinding tussen Leffinge, Slijpe en hoofdgemeente Middelkerke, tijdens de spits op weekdagen om het uur.
  • Een aantal nieuwe functionele lijnen zorgen tijdens de spits voor het opvangen van de schoolverplaatsingen:
    • Lijn 305 Oostende – Baanhof – Gistel
    • Lijn 311 Brugge – Bekegem – Gistel
    • Lijn 312 Brugge – Snaaskerke – Oostende
    • Lijn 403 Oostende – Bredene – Vosseslag – Klemskerke
    • Lijn 39 Brugge – Stalhille – De Haan en lijn 49 Brugge – Zuienkerke – Wenduine zorgen in het oosten van de vervoerregio voor een verbinding met Brugge.

Een aantal kleinere kernen zullen kunnen gebruik maken van het flexvervoer. Een aantal haltes in (deel)kernen van Koksijde, Gistel, Ichtegem, Middelkerke en Nieuwpoort worden opgenomen in het flexvervoer Westhoek. Het wordt mogelijk om op weekdagen tussen 6 uur en 23 uur (op vrijdag en zaterdag zelfs tot 2 uur ’s nachts) van de flexbus gebruik te maken (op zaterdag vanaf 8 uur en op zondag vanaf 9 uur). Een aantal haltes in (deel)kernen van Ichtegem, Oudenburg en De Haan worden opgenomen in het flexvervoer regio Brugge. Het wordt mogelijk om op weekdagen tussen 6 uur en 22.30 uur van de flexbus gebruik te maken (op zaterdag vanaf 8 uur en op zondag vanaf 9 uur).

In Oostende komt er een nieuwe stadslijn 3 Station – Meiboom – Baanhof die om de twintig minuten een verbinding voorziet tussen de omgeving Gistelsesteenweg en Meiboom richting centrum en station van Oostende.

Tot slot wordt er voor de kustgemeenten ook een optimalisatie van de dienstregeling van de Kusttram voorzien. Er komen extra ritten tijdens de ochtendspits en ’s avonds rijdt de Kusttram voortaan om het half uur in plaats van om het uur tot het einde van de dienstregeling. Op vrijdag en zaterdag komen er ook latere ritten.

Communicatie voor de reiziger

Sinds 15 november kunnen reizigers controleren via de routeplanner (www.delijn.be) of er wijzigingen zijn in hun route en, of ze nieuwe verplaatsingsmogelijkheden krijgen. Als je je vertrek- en eindbestemming ingeeft met een datum vanaf 6 januari, berekent de routeplanner voor jou de beste reisoptie. Info over de nieuwe flexbussen vind je ook via de Hoppincentrale, telefonisch en via www.hoppin.be of de Hoppin app.

Op de gemeentepagina’s op de website van De Lijn (www.delijn.be/gemeenten) vinden reizigers een overzicht per gemeente van alle wijzigingen vanaf 6 januari 2024.

Bovendien kregen de betrokken gemeenten alle informatie zodat zij op hun beurt hun inwoners kunnen informeren via hun eigen communicatiekanalen, zoals de gemeentelijke website of het gemeentelijk infoblad. Daarnaast worden affiches en nieuwe dienstregelingstabellen geplaatst bij de betrokken haltes om de reizigers op de hoogte te brengen van de veranderingen. De Lijn en de gemeenten verdelen ook regiofolders met een overzicht van de wijzigingen per regio.

 

_____________________________________________

Wat is Hoppin?

Hoppin is de ambitieuze mobiliteitsvisie van Vlaanderen die gericht is op het creëren van een vraaggericht, efficiënt en duurzaam openbaar-vervoerssysteem. De mobiliteitsvisie brengt de principes van het decreet basisbereikbaarheid in de praktijk. Het doel is om het aanbod van openbaar vervoer beter af te stemmen op de behoeften van reizigers en op de werkelijke vervoersstromen. Hierbij ligt de nadruk op het versterken van het openbaar vervoer op drukke routes en het creëren van herkenbare vervoersknooppunten die de overstap tussen verschillende vervoersmiddelen vergemakkelijken. Via Hoppin kunnen reizigers verschillende vormen van mobiliteit combineren om hun volledige reis op een efficiënte manier af te leggen. Bijvoorbeeld, een trein-, tram- of busrit kan worden gecombineerd met een voor- of natraject met (deel)fiets, (deel)auto, flextaxi of flexbus.

*Wat is een vervoerregioraad?

Elke vervoerregio heeft een vervoerregioraad die verantwoordelijk is voor het beheer, de sturing en de evaluatie van Hoppin binnen die specifieke regio. De vervoerregioraad fungeert als het centrale orgaan voor mobiliteitsbeleid in de vervoerregio en heeft niet alleen betrekking op het reguliere openbaar vervoer met bussen en trams, maar ook op de voor- en natrajecten die te maken hebben met (deel)fietsen, (deel)auto's en alle andere vervoerswijzen. ​ De vervoerregioraad werkt ook rond mobiliteit in het algemeen in de regio, waaronder ook de toekomstvisie.

In de vervoerregioraad komen vertegenwoordigers van de belangrijkste belanghebbenden op alle bestuursniveaus bij elkaar. Alle steden en gemeenten in de regio hebben directe vertegenwoordiging, meestal door hun burgemeester of schepen van mobiliteit. Daarnaast zijn ook het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, De Lijn en het Agentschap Wegen en Verkeer betrokken bij de vervoerregioraad. De leden van de vervoerregioraad hebben het nieuwe openbaar-vervoerplan voor hun regio opgesteld en goedgekeurd.

 

 

 

Over De Lijn

Over De Lijn

De Lijn is het Vlaamse overheidsbedrijf dat zorgt voor openbaar vervoer met bus en tram in Vlaanderen. Ongeveer 3,5 miljoen mensen maken jaarlijks één of meerdere keren gebruik van de diensten van De Lijn.

Voor haar werking krijgt de vervoermaatschappij een dotatie van het Vlaams Gewest, de belangrijkste aandeelhouder. De verkoop van vervoerbewijzen is de tweede inkomstenbron.

Het net van De Lijn telt ongeveer 1 000 lijnen en 16 000 haltes. Alles samen rijden de bussen en trams per jaar meer dan 200 miljoen kilometer. De eigen vloot telt 2 250 bussen en 400 trams. De privéfirma's die rijden in opdracht van De Lijn hebben zelf ook bussen. Zij nemen ongeveer de helft van de buskilometers voor hun rekening.

Met bijna 8 000 werknemers is De Lijn een van de grote werkgevers van het land. Bij de privé-exploitanten werken nog eens meer dan 2 000 mensen.

Als hoofdaandeelhouder van deelfietsen Blue-bike promoot en ondersteunt De Lijn combimobiliteit. Hierbij kunnen reizigers voor het laatste stuk van hun verplaatsing een bus- of tramrit combineren met een deelfiets.